Vrijstellingsregeling Christelijk Lyceum Zeist
Om in aanmerking te komen voor een vrijstelling van het al dan niet tijdelijk volgen van een vak dienen de ouders/verzorgers van de leerling een aanvraag in te dienen bij de secretaris van de vrijstellingscommissie, mw. M Brouwer. In haar oordeel baseert de commissie zich op de vrijstellingsregeling van de CVO-Groep. In de praktijk gaat het daarbij om de volgende criteria.
Leerjaren 1, 2, 3 en 4-vmbo-t
1. In het geval van een bepaalde lichamelijke gesteldheid is het mogelijk de leerling een permanente vrijstelling te verlenen voor het vak Lichamelijke Opvoeding. In het geval er sprake is van een handicap hoeft de leerling geen vervangend onderwijs te volgen. Indien er sprake is van een blessure of een tijdelijke lichamelijke gesteldheid, krijgt de leerling een vervangende opdracht van de docent lichamelijke opvoeding met vergelijkbare zwaarte als het gemiste onderdeel.
2. Het verlenen van een vrijstelling in de eerste drie leerjaren van het vmbo/havo/vwo voor één van de andere vakken is alleen mogelijk op individuele basis op grond van de voorwaarden, genoemd in de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO art. 11 a lid 2) en het Inrichtingsbesluit (IB art 21 en 22). In geval van geschillen gelden de officiële wetsteksten.
Voor de eerste drie leerjaren van het vmbo-t/havo, havo/vwo en vwo betekent dit, dat:
• het onderwijsprogramma in de eerste twee leerjaren aan een school voor vmbo-t/havo, havo/vwo en vwo tevens onderwijs in de talen Frans en Duits omvat. Dit geldt ook voor het derde leerjaar havo en vwo.
• een vrijstelling voor Frans en/of Duits alleen mogelijk is als de leerling in een hoger leerjaar dan het eerste instroomt en voordien geen of te weinig onderwijs heeft genoten in Frans en/of Duits.
• voor het volgen van de gymnasium-opleiding in de eerste drie leerjaren tevens onderwijs in Latijn en Grieks verplicht is.
CLZ Tweede fase (havo/vwo)
1. In het geval van een bepaalde lichamelijke gesteldheid is het mogelijk de leerling een permanente vrijstelling te verlenen voor het vak Lichamelijke Opvoeding. In het geval er sprake is van een handicap hoeft de leerling geen vervangend onderwijs te volgen. Indien er sprake is van een blessure of een tijdelijke lichamelijke gesteldheid, krijgt de leerling een vervangende opdracht met vergelijkbare zwaarte als het gemiste onderdeel. Deze opdracht wordt gegeven door de docent lichamelijke opvoeding en dient binnen de betreffende studieperiode te zijn afgerond.
2. Indien de leerling een andere moedertaal heeft dan de Nederlandse taal is het mogelijk ten aanzien van het talenonderwijs het onderwijspakket zodanig aan te passen dat de kans het gewenste diploma te behalen zo groot mogelijk is. In dit geval volgt de leerling vervangend onderwijs met dezelfde normatieve studielast (Inrichtingsbesluit art 26 e lid 6).
3. Een leerling die met een havo-diploma is toegelaten tot het vwo kan op het vwo worden vrijgesteld van het volgen van een bepaald vak / bepaalde vakken. In dit geval volgt de leerling vervangend onderwijs met dezelfde normatieve studielast (Inrichtingsbesluit art 26 e lid 6).
4. Het volgen van een tweede moderne vreemde taal op het vwo valt buiten de vrijstellingsregeling. Elke vwo-leerling dient in de tweede fase van het onderwijs een tweede moderne taal te volgen. Het in zekere mate beheersen van een tweede moderne taal behoort immers tot de basisgedachte van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. In overleg met de docent is het wel mogelijk op onderdelen met alternatieven te werken zonder daarbij de studielast van het betreffende vak te verminderen. Uiteraard gelden ook bij het volgen van de tweede moderne taal voor dyslectici alle faciliteiten die daartoe zijn vastgesteld.
Vastgesteld: februari 2009 26022009 |